Hulp bij verslaving

Over Verslaving

Wanneer kunnen  we spreken van een verslaving? 

Bent u verslaafd of niet?  In meerdere gevallen vindt de verslaafde dat zijn / haar gebruik of gedrag niet dermate problematisch is. De omgeving daarentegen is vaak een andere mening toegedaan.  

Indien de persoon wel erkent dat hij / zij  een verslaving  heeft, blijkt het toch nog moeilijk te zijn om dit  ook  daadwerkelijk te aanvaarden en bereid te zijn tot gedragsverandering. 

Redenen hiervoor kunnen zijn: 

  • angst voor verandering,
  • ongeloof in het slagen,
  • moeilijke leefomstandigheden,etc.

Dit alles zorgt  voor een spanningsveld dat de omgeving ook ervaart. Verslaving wordt wel eens de ziekte van de ontkenning genoemd. Is verslaving dan een ziekte?  Zoja,  is herstel dan wel mogelijk en hoe?  Wat kan de familie doen om de verslaafde te helpen of waar moet de familie loslaten en waar staan zij machteloos?  Op al van deze vragen  bieden wij u graag een antwoord.

Wat is verslaving?

Verslaving is een toestand waarin een persoon mentaal en/of fysiek van een gedrag of psychoactief middel afhankelijk is, zodanig dat hij/zij dit gedrag of  middel niet of heel moeilijk kan loslaten. 

Hierdoor is het gedrag van de persoon voornamelijk gericht op het verkrijgen en innemen van het middel en/ of het obsessief handelen. Dit kan ten koste gaan van andere belangrijke activiteiten. Wanneer men deze psychoactieve stof of gedragingen moet loslaten kunnen er ontwenningsverschijnselen optreden.  Verslaving  kenmerkt zich door obsessief handelen, onvoorspelbaar gedrag, mateloosheid, grenzeloosheid en machteloosheid. 

Vroeger werd verslaving gezien als een karakterzwakte. Nu weet men inmiddels dat een samenspel van processen in de hersenen mede verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van een afhankelijkheid. Het proces wordt in gang gezet door dopamine (gelukshormoon), een bood-schappersstofje dat o.a. verantwoordelijk is voor het opwekken van verlangen door een stimulans (alcohol, cocaïne, medicatie, gokken, gamen,sporten, eten…) of door iets wat hier aan doet denken. De grote hoeveel-heden dopamine die  hierbij  vrijkomen maken dat de persoon zich goed voelt. 

Daarom is men aanvankelijk niet erg gemotiveerd om de inname van het middel te stoppen of  het gedrag te  wijzigen. Zelfs na geruime tijd van onthouding kan het beloningssysteem opnieuw  en zelfs onbewust geactiveerd worden en zo een herval uitlokken.  

Verslaving brengt met zich mee dat  het beoordelingsvermogen, zelfbeheersing en andere cognitieve processen minder goed verlopen.

Wetenschappelijk onderzoek heeft dan ook uitgewezen dat verslaving een chronische progressieve ziekte is die, indien er geen behandeling plaatsvindt, meestal onverbitterd voortschrijdt.

Gedragsverslaving of middelenverslaving?

Vaak wordt bij een verslaving voornamelijk aan middelen gedacht, zoals alcohol, drugs en medicijnen. Doorheen de jaren komen steeds meer gedragsverslavingen (gokken, gamen, social media, seks, eten, werk,…) op de voorgrond. De vraag wordt wel eens gesteld of je dan aan alles verslaafd kan geraken. Het antwoord is eenvoudig: alles wat het beloningssysteem triggert kan ongezonde vormen aannemen.

Crossaddiction?

Het gebeurt dat de ene verslaving door de andere wordt ingeruild. In dat geval spreken we van ‘crossaddiction’. Dit fenomeen kent verschillende uitingsvormen. Bijvoorbeeld : een alcoholverslaafde start met het misbruiken van medicijnen, of iemand die in herstel is van cocaïneafhankelijkheid raakt verslaafd aan middelen voor de behandeling van ADHD . Vaak zien we dat de oorspronkelijke verslaving wordt nagejaagd door een middel van dezelfde familie (dempend, opwekkend, hallucinerend). Verder ontwikkelen sommigen een verslaving aan bepaalde activiteiten zoals overmatig sporten, winkelen, gokken of seks om het beloningssysteem te blijven prikkelen.

Controle, schijnbare controle, controleverlies?

Niet iedereen doorloopt de verschillende fasen naar verslaving. Zoals reeds eerder vermeld is dit afhankelijk van een combinatie van verschillende factoren. Binnen het proces van verslaving neemt de mate van controle geleidelijk af. De persoon in kwestie is zich hier niet altijd van bewust. De omgeving heeft vaak al eerder duidelijke signalen opgevangen.

Tijdens dit proces van controleverlies onderscheiden we de volgende fasen :

Experimenteel gebruik:

Men gebruikt het product voor het eerst, meestal uit nieuwsgierigheid.
Men wil weten wat het effect is.

Recreatief gebruik:

Het plezier of genot staan op de voorgrond.
Het is deel van het leven en zorgt niet onmiddellijk voor negatieve consequenties.

Schadelijk of overmatig gebruik:

Het gaat in deze fase niet meer enkel over het genot of het plezier maar veelal
om het vermijden van negatieve gevoelens. Het heeft een negatieve impact op het dagelijks leven.

Verslaving:

Deze fase wordt gekenmerkt door obsessief najagen van het effect, machteloosheid,
mateloosheid en controleverlies.

Hoe iemand van de ene fase naar de andere overgaat is niet altijd onmiddellijk zichtbaar. Het is vaak een dunne lijn , zowel voor de persoon in kwestie als voor de naaste omgeving.

Criteria van verslaving

Verslaving wordt vastgesteld aan de hand van 11 criteria van de zogenaamde DSM-V*.
De DSM-V is een wereldwijd gebruikt boek waarin alle psychiatrische aandoeningen beschreven staan.
De DSM maakt geen onderscheid meer tussen misbruik en afhankelijkheid maar spreekt van “stoornissen in het gebruik van middelen” (substance abuse disorders). Een “stoornis in het gebruik van middelen” kan ontstaan door gebruik van verschillende middelen zoals alcohol, cannabis, opiaten, stimulerende middelen.

Voldoe je aan twee of drie criteria dan heb je een milde stoornis in het gebruik van middelen. Voldoe je aan vier of vijf criteria dan is er sprake van gematigde (moderate) stoornis en bij zes of meer symptomen is er sprake van een ernstige stoornis.

De 11 criteria zijn:
Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
Sterk verlangen om te gebruiken.
Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt op het relationele vlak.
Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk.
Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt.
Voortdurend gebruik ondanks weet hebben dat het gebruik lichamelijke of psychische
problemen met zich mee brengt of verergert.
Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen oftewel tolerantie.
Het optreden van onthoudingsverschijnselen, die minder hevig worden door meer van de
stof te gebruiken.

Verslaving wordt wel eens de ziekte van de ontkenning genoemd.

Dit is de belangrijkste reden waarom mensen met een verslaving pas na een crisis in een behandelingstraject terecht komen. Zelfs tijdens het behandelingstraject is bij een aantal de ontkenning nog sterk aanwezig. De ziekte maakt dat men de verslaving gaat ontkennen, minimaliseren of bagatelliseren. Bovendien wordt de oorzaak van verslaving vaak buiten zichzelf gelegd. Het is niet steeds mogelijk te achterhalen waar de precieze oorzaak zich bevindt. De belangrijkste eerste stap is om de ziekte te erkennen en hoe ermee te leren leven of om te gaan. Hierbij wordt o.a. gekeken naar wat de faciliterende factoren zijn.

Mensen met een verslaving die op eigen initiatief hulp zoeken, doen dit vaak pas in een laat stadium. Tijdens deze fase heeft de verslaving zowel bij de persoon in kwestie als voor de onmiddellijke omgeving reeds voor talloze problemen gezorgd.

Zelfs als mensen met een verslaving in een diepe crisis belanden (de zogeheten ‘Rock bottom’) zijn ze vaak nog steeds in ontkenning over hun afhankelijkheid. Daarom is het belangrijk de omgeving maximaal te betrekken om o.a.  het probleembesef bij de cliënt te vergroten. Zij zien vaak eerder de schade die veroorzaakt wordt en zijn tevens belangrijke “informatiedragers”