Humo Arne Nilis

Arne Nilis, ex-voetballer en gokverslaafde. ‘Als ik me niet had laten opnemen, dan was ik er nu niet meer’

, door (jha)

 In 2016 sprak Humo al met oud-profvoetballer Arne Nilis (25) die door zijn gokverslaving zijn carrière en bijna zijn leven verloor.
arne

Arne Nilis (25) droeg de belofte van een mooie voetbalcarrière in zich. Bij PSV trad hij in de voetsporen van zijn vader Luc, één van de meest begenadigde spitsen die ooit op de Belgische en Nederlandse voetbalvelden hebben rondgelopen. Tot een gokverslaving hem alles afnam, het voetbal en bijna ook zijn leven. Zuid-Afrika redde hem, en nu wil hij voetballers waarschuwen voor de risico’s van het gokken. ‘Ik ging me isoleren, sloot me op, had met niemand nog contact. Toen besefte ik: ‘Ik heb een probleem.’’

‘Mijn jeugd was net een sprookje’

Gokken is big business. Tussen 2011 en 2014 verdrievoudigde de totale omzet van gokkantoren en -sites in België tot net geen 800 miljoen euro. Ondanks een gokverbod voor minderjarigen blijkt uit studies dat steeds meer jongeren de weg naar goksites vinden. Samen met het gokken zelf zit ook de gokverslaving in de lift, met alle psychologische, financiële en sociale problemen vandien, en dus bereidt volksvertegenwoordiger Els Van Hoof (CD&V) een wetsvoorstel tot verstrenging van de kansspelwetgeving voor. De recente berichtgeving over Olivier Deschacht, de Anderlecht-verdediger die op zijn eigen wedstrijden bleek te gokken, komt haar niet slecht uit: de geesten zijn rijp voor zo’n verstrenging, en ook minister van Justitie Koen Geens is ze niet ongenegen. Allemaal prima, zegt Arne Nilis, maar hij pleit toch vooral voor preventie. Toen de zaak-Deschacht losbarstte, stuurde hij een tweet de wereld in: ‘Het wordt tijd dat voetbalclubs een beroep doen op ervaringsdeskundigen i.v.m. gokproblematiek.’ Die tweet was tegelijk zijn outing als ex-gokverslaafde.

‘Als ik Cristiano Ronaldo een pokerspel zie promoten, denk ik: ‘Allee jong!’ Zijn vader is gestorven aan een drankverslaving, en dan doet hij dit?’

HUMO Hoe ben jij met het gokken in contact gekomen?

Arne Nilis «Het is begonnen toen ik 13 was en bij Genk voetbalde. ’s Ochtends werden we met een groepje jongens uit de regio opgepikt door een busje van de club. Dat gebeurde aan een krantenkiosk, waar enkele oudere jongens geregeld inzetten op sportweddenschappen.  Op een dag wilde ik meespelen en gaf ik hen de twee euro die ik van mijn ouders had meegekregen om iets fris te kopen. Zo is het begonnen: heel onschuldig, puur voor het plezier. Toch gaf het mij een kick: ik wilde uitpakken met mijn voetbalkennis, een beetje stoer doen.

»Op mijn 18de tekende ik m’n eerste profcontract, bij PSV. Ik ging op een appartement in Eindhoven wonen en stopte met school. Ik veegde er toch maar mijn voeten aan, tot grote frustratie van de leerkrachten. Vaak trainden we ’s ochtends, ’s middags waren we vrij en zat ik alleen op mijn appartement, zonder mijn vrienden. Toen is het geëscaleerd. Ik verdiende al redelijk wat geld en werd door enkele ploegmaats meegenomen naar Holland Casino. De kick die dat gaf, was precies wat ik nodig had om mijn eenzaamheid te vergeten. Op den duur zat ik er vaak ook alleen, nachtenlang, terwijl ik de volgende ochtend moest trainen. Soms had ik niet eens de moed om op te staan. Ik loog dat ik ziek was om toch maar thuis te kunnen gokken.»

HUMO Wanneer begon je te beseffen dat je een probleem had?

Nilis «Drie jaar geleden pas. Mijn sociale leven kwam onder druk te staan: ik ging me isoleren, sloot me op, had met niemand nog contact. Ik loog en manipuleerde. Ik had zoveel schade aangericht bij mijn naasten dat ik besefte: ‘Ik heb een probleem.’ Alleen kon ik er geen naam op plakken, in mijn ogen had ik een depressie. Net in die periode was een relatie van drie jaar afgebroken en dat deed me veel verdriet. Ik realiseerde me helemaal niet dat ik door het gokken mijn verdriet probeerde te ontvluchten. Gokken gaf me de blijdschap die ik in de realiteit niet meer voelde. Telkens als ik een teleurstelling – mijn carrière vlotte ook niet – te verwerken kreeg, vluchtte ik er nog dieper in. Maar dat kon ik allemaal pas tijdens mijn opname onder ogen zien.»

HUMO Je bent afgekickt in Zuid-Afrika, waar je je begin dit jaar – op 7 februari om precies te zijn – liet opnemen. Wie had je zover gekregen?

Nilis «Mijn moeder. Zij wist het al langer. Mijn grootvader waagde weleens een gokje, mijn vader had een serieus gokprobleem, en toen kwam ik: mijn moeder herkende het perfect. Zij zag me dezelfde weg opgaan en heeft dat ook meteen aangegeven, hoe moeilijk het ook was. Er zijn zware woorden gevallen: als iemand je terechtwijst, wijs je als verslaafde alleen maar met de vinger terug. Je ontkent alles. Ik kon met vrienden naar het casino gaan, een fijne avond hebben, thuiskomen en achter hun rug terugkeren en verder spelen. Ik woonde alleen: niemand zag hoe ernstig het was.

‘Als ik me niet had laten opnemen, dan was ik er nu niet meer’

»Twee jaar geleden ben ik dan zelf naar mijn moeder gestapt: ‘Ik heb hulp nodig.’ Samen gingen we op zoek, maar we wisten niet waar naartoe. Ik vroeg mijn huisdokter of hij geen pilletje had om ervan af te geraken. Ik zocht het zelfs in het geloof en ging naar de kerk. We liepen een heleboel psychologen af, tot we uiteindelijk bij Solutions (verslavingszorgkliniek in Antwerpen, red.) terechtkwamen. Daar kwam Zuid-Afrika ter sprake. Drie dagen later heb ik beslist: ‘Ik doe het.’»

HUMO Zag je vader de signalen ook?

Nilis «Mijn vader worstelde met zijn eigen verslaving, waardoor hij me moeilijk kon helpen. Hij heeft wel samen met mijn moeder beslist over mijn opname.»

HUMO Waar in Zuid-Afrika kwam je terecht?

Nilis «In een twaalfstappenkliniek in Kaapstad, waar wordt gewerkt volgens het model van Minnesota, een actieplan dat je helpt spiritueel te ontwaken. Je gaat op zoek naar een hogere macht, die de plaats inneemt van je verslaving. Aanvankelijk dacht ik: ‘In welke sekte ben ik hier beland?’ Maar uiteindelijk heeft het mij wel geholpen, wat het zeker niet bij iedereen doet.

»Ik zat zes weken in een gesloten rehab center, daarna vier weken in een open community. Mijn hele dag was van minuut tot minuut uitgestippeld. Als verslaafde heb je helemaal geen structuur meer in je leven: dat moet je terug opbouwen. Daar ben ik nog altijd elke dag mee bezig. Vroeger dacht ik dat anderen mij gingen helpen, nu weet ik dat ik het zelf moet doen.

»Eén van de belangrijkste dingen is dat je komaf maakt met de ontkenning, dat je erkent dat je verslaafd bent. Dat was niet makkelijk. Het eerste wat ik te horen kreeg, was dat ik één kans op drie had om te slagen. Achteraf is dat ook gebleken: van degenen met wie ik daar heb gezeten, is een derde ondertussen uit het leven gestapt, een derde heeft een terugval gekend, en een derde is nog altijd stabiel. Misschien was dat wel de gokker in mij die naar boven kwam: ‘Ik wil bij de 30 procent slagers horen!’ Het was een zaak van leven en dood, en dat zal het mijn hele verdere leven blijven. Als ik me niet had laten opnemen – en dat weet m’n moeder ook – dan was ik er nu niet meer. Zo wanhopig was ik. Ik voelde geen enkele reden meer om te leven en had het punt bereikt dat ik eruit wilde stappen. Eigenlijk ben ik zonder verwachtingen vertrokken.»

HUMO Wat heeft Zuid-Afrika met je gedaan?

Nilis «Ik ben er mezelf geworden: vanaf het moment dat ik ben gaan accepteren dat ik een ziekte heb die verslaving heet, en dat ik jarenlang naar dat ziektebeeld had gehandeld, heb ik alles een plaats kunnen geven. Die opname is één van de beste keuzes die ik ooit heb gemaakt. Ik ben er mijn ouders enorm dankbaar voor, want niet iedere verslaafde krijgt die kans. Zeker niet in België, dat gokverslaving niet als ziekte erkent. Je krijgt dus niets terug van het ziekenfonds, en bijgevolg maak je zonder voldoende financiële middelen geen kans.»

HUMO Uit onderzoek blijkt dat gokverslaving niet zelden gepaard gaat met drugs- of alcoholverslaving.

Nilis «Ik was in die kliniek de enige gokverslaafde tussen alleen maar drugs- en alcoholverslaafden. Dan slik je wel even. Op één of andere manier heb ik de drugs altijd van me kunnen wegduwen. Dat is mijn geluk geweest. Ik weet nu dat ik, als ik niet waakzaam ben, ook aan alcohol of drugs verslaafd kan raken. Om dezelfde reden zal ik nooit nog vijf euro inzetten, omdat ik weet: dan zijn we weer vertrokken. Ik beschouw het als een ongeneeslijke ziekte, die ik m’n hele leven met mij zal meedragen. Het gevaar zal altijd om de hoek loeren.»

HUMO Waakzaam blijven, hoe doe je dat?

Nilis «Door bepaalde vrienden en plaatsen te mijden. Ik woon opnieuw bij mijn moeder, samen met mijn jongste zus. Da’s beter: mijn oude huis roept te veel herinneringen op aan mijn verslaving. Ik heb ook dagelijks contact met lotgenoten, tegen wie ik mijn tegenslagen of frustraties kan uitspreken, en ik heb een wekelijkse afspraak met m’n psycholoog. Aan de Sociale Hogeschool in Leuven volg ik een opleiding tot ervaringswerker, en ik geef lezingen in scholen en sportclubs – in de eerste plaats om zelf steviger in mijn schoenen te staan. Op 7 november zal het negen maanden geleden zijn dat ik nog gegokt heb. Daar ben ik echt trots op.»

Nachtmerries

HUMO Hoe moeilijk is het om aan de verleiding te weerstaan?

Nilis «De zin om te gokken verdwijnt wel. Nu, soms keer je toch terug naar je verslavingsgedachte: ‘Ik ben niet meer verslaafd, misschien kan het wel voor één keer.’ Maar dan pas ik de hulpmiddelen toe die me zijn aangereikt om niet toe te happen. Vroeger herkende ik die moeilijke momenten niet, nu wel.»

HUMO Heb je schaamte gekend?

Nilis «Jazeker. Maar door sorry te zeggen, maak ik niets goed tegenover degenen die ik heb gekwetst. Wel door de persoon te zijn die ik vandaag ben. Ik moet sterk zijn en vooruitkijken, niet achterom.»

‘Ik verwijt mijn vader niets. Het is niet bewezen dat verslaving genetisch bepaald is, en ik blijf zelf verantwoordelijk voor de keuzes die ik heb gemaakt.’

HUMO Last gehad van ontwenningsverschijnselen?

Nilis «Als alcohol- of drugsverslaafde moet je eerst naar een ontwenningskliniek om je lichaam te reinigen voor je aan de therapie begint. Als gokker niet: je begint er direct aan. Tot een maand na mijn terugkeer uit Zuid-Afrika nam ik antidepressiva. Ik ben er in één keer mee gestopt – vraag me niet hoe. Waar ik vervolgens veel last van had, waren nachtmerries: dat ik zou hervallen, of dat ik in een casino stond en niet wist wat te doen. Ik heb dertien jaar gegokt: dan is het normaal dat je lichaam dat niet in één jaar helemaal vergeten is.»

HUMO En de schulden die je gemaakt hebt?

Nilis «Die zijn er vandaag niet meer. Ik kan me voorstellen dat herstel niet simpel is als je ook nog een schuld van pakweg een miljoen hebt weg te werken. Ik heb ook nooit gegokt om verlies van de vorige dag goed te maken. Bij mij ging het puur om de kick. Nooit om het geld. Of ik nu won of verloor: ik voelde me precies hetzelfde.»

HUMO In zijn autobiografie, die in juni is uitgekomen, rept je vader met geen woord over jouw verslaving.

Nilis «Van mij mocht het erin, ik heb het hem zelfs gevraagd. Maar het boek was al zo goed als klaar ten tijde van mijn opname. Het was ook zijn levensverhaal, niet het mijne.»

HUMO Hebben jullie ooit samen gegokt?

Nilis «Daar spreek ik me niet over uit. Ik weet dat er veel verhalen de ronde doen, maar niet alles wat wordt gezegd, is ook waar.»

HUMO Heeft jouw therapie jullie relatie veranderd?

Nilis «Deels wel, ja. Ik heb een veel betere band met hem dan vroeger. Eén van de belangrijkste afspraken die we hebben gemaakt, is dat hij emotioneel beschikbaar is. Dat ik hem kan zeggen: ‘Vandaag voel ik me niet goed,’ en dat dat dan oké is.

»Ik verwijt mijn vader niets. Het is niet bewezen dat verslaving genetisch bepaald is. In de meeste gevallen die ik ken, zat het wel in de familie, maar ik blijf verantwoordelijk voor de keuzes die ik heb gemaakt: daar heeft mijn vader niets mee te maken.»

HUMO Heb je ’t gevoel dat je hem tijdens zijn carrière niet zo goed hebt gekend?

Nilis «Helemaal niet. We hadden thuis een heel warm nest. Papa was er altijd voor het eten – erg belangrijk voor een gezin. Hij was zeker geen afwezige vader. Mijn jeugd was net een sprookje, ik had alles wat ik wou.

‘Mijn grootvader gokte, mijn vader had een serieus gokprobleem, en toen kwam ik.”

»Weet je, ik heb me altijd bekommerd om mijn vader. Het was een automatisme dat ik door de jaren had gecreëerd: telkens als er kritiek op hem kwam, ging ik in het verweer. Ook over mijn moeder heb ik me ontfermd, toen ze ziek was, drie jaar lang – borstkanker. Ik vergat altijd mezelf.»

HUMO Had je ’t in je een even goede voetballer te worden als je vader?

Nilis «Dat werd gezegd (lacht). Maar talent alleen is niet genoeg. Ik zal altijd wel ‘de zoon van’ blijven. Ik heb ermee leren leven, maar prettig is het niet: alleen m’n naasten zien me als Arne.»

Kevin volgen

HUMO Voetbal je nog?

Nilis «In september vorig jaar ben ik gestopt. Ik was voortdurend geblesseerd. Afgescheurde enkelbanden, zes keer dezelfde hamstringblessure. Het plezier was helemaal weg.»

HUMO Mis je ’t?

Nilis «Nee, absoluut niet. Het heeft me meer ongeluk dan geluk gebracht, dus waarom zou ik? Maar het blijft een passie: ik ga naar de meeste wedstrijden van de nationale ploeg, ik kijk heel vaak naar PSV, samen met m’n vader, en natuurlijk ook Manchester City af en toe, vanwege Kevin (De Bruyne, een jeugdvriend sinds hun tijd bij Racing Genk, red.). Hij heeft z’n gezin nu, dus het contact is wat minder geworden. Maar als er iets is, staat hij klaar – en andersom.»

HUMO Op je Facebookpagina zag ik een foto van hem en jou tijdens het EK in Frankrijk.

Nilis «Dat was een oude foto. Maar ik was er wel. Ik was nog niet lang terug uit Zuid-Afrika en had een maand helemaal voor mij alleen uitgestippeld. Het plan was om Kevin te volgen en alle wedstrijden van de Belgen bij te wonen.»

HUMO Je volgt het voetbal nog, zeg je, maar je kunt tegenwoordig geen bal meer zien rollen op televisie, of het is gokreclame voor, tijdens en na. Hoe is dat voor jou?

Nilis «Niet evident, ik heb daar echt moeten leren mee omgaan. Die gokreclame wordt een groot probleem volgens mij, vooral voor de jeugd. Tabaksreclame is ondertussen verboden, maar van tabak is wetenschappelijk bewezen dat het ongezond is. Gokverslaving is daarentegen nog altijd een taboe, zeker in België. Als ik er met lotgenoten over wil praten, kan ik hier vrijwel nergens terecht. Daar moet ik voor naar Nederland.»

HUMO Menig oud-voetballer ziet er geen graten in om zich voor de kar van de gokindustrie te laten spannen.

Nilis «Waarschijnlijk betaalt het goed, maar ik zou het nooit doen: ik weet wat de risico’s zijn. Dan zie ik zo’n Cristiano Ronaldo een pokerspel promoten en denk ik: ‘Allee jong!’ Zijn vader is gestorven aan een drankverslaving, en dan doet hij dit? Duidelijker kan het niet: mensen beseffen nog altijd niet hoe verslavend gokken, net als alcohol, kan zijn.»

HUMO Voetballers staan bekend als slechte gokkers. Omdat ze goed kunnen voetballen, denken ze dat ze ook de afloop van een wedstrijd kunnen voorspellen. Niet dus. Dat maakt hen extra kwetsbaar.

Nilis «Overal waar ik heb gespeeld, was gokken een gespreksonderwerp in de kleedkamer. Dus ja, zonder er namen op te plakken: natuurlijk ben ik gokkende voetballers tegengekomen. Maar of het om problematisch gokgedrag ging, weet je nooit: 99 procent van de mensen slaagt erin recreatief te gokken. Alleen dat ene procent wordt verslaafd. Voetballers hebben er in ieder geval het geld voor.»

HUMO Als toekomstig ervaringswerker wil jij hen nu gaan waarschuwen voor de gevaren.

Nilis «Ervaringswerkers weten hoe onschuldig het begint, maar ook hoe het kan eindigen. Ik wil de sportwereld in, en ik wil vooral met jongeren werken. Nu al geef ik lezingen voor jongeren vanaf 15 jaar, op scholen en in clubs. Altijd zijn er die me achteraf aanspreken en zeggen dat ze er ook al mee worden geconfronteerd. Het is ook allemaal zo beschikbaar. Op het eind moest ik ook niet meer naar het casino in Nederland rijden, maar kon ik gewoon op m’n smartphone spelen. Ik kon er eender wanneer in vluchten.

»Wat er de voorbije weken naar buiten is gekomen, verbaast mij niets. Het zijn in mijn ogen ook maar details. Het belangrijkste is dat de onderliggende oorzaken worden aangepakt, en daarvoor moet er veel meer aan preventie worden gedaan. En dat doe je bij voorkeur door ervaringswerkers in te zetten. Ik heb tijdens mijn carrière meermaals met psychologen gesproken, maar die begrepen me niet. Wat mij heeft geholpen, zijn de gesprekken met mensen die hetzelfde als ik hadden meegemaakt. Die even diep hadden gezeten. Dankzij hen heb ik het licht gezien.

Contact
close slider

BEL NU:

03 298 45 61

(7/7 Bereikbaar)
Nova Vida Belgie
Marcel Auburtinlaan 47
2600 Berchem
03 298 45 61
info@novavida.eu

Bel mij terug aub
Ik wil een afspraak maken
Ik wens graag meer info